Glasscherven

Glasscherven brengen geluk

Glas wordt op de meeste middeleeuwse opgravingen niet zo vaak teruggevonden. Daarvoor zijn meerdere verklaringen mogelijk. In de 13e en 14e eeuw is de glasconsumptie nog vrij beperkt. Daarnaast is de kwaliteit van het geproduceerde glas nog niet heel hoog, waardoor het niet altijd goed bewaard blijft in de bodem. In latere perioden, zeker vanaf de 15e en 16e eeuw, wordt de kwaliteit van de glasproducten beter. Dat vertaalt zich in de verspreiding en het gebruik. Vanaf dan is er ook een grotere variatie aan producten terug te vinden. Nog later wordt de kwaliteit alsmaar beter en beter.

Objectnummer: IEPSIN2014-00159.01

Glas uit de Sint-Jacobskerk

Af en toe wordt er dan toch een uitzonderlijke vondst in glas aangetroffen, zoals bijvoorbeeld restanten van de glasramen van de Sint-Jacobskerk, die werd opgegraven in de jaren 70 van de vorige eeuw. Die aan elkaar gekitte fragmenten vertonen nog sporen van beschildering, in grisaille techniek. We zien een klassieke schildertechniek waarbij schakeringen van dezelfde kleur worden gebruikt, zoals hier in het zwart en wit. Ook enkele gekleurde scherven kwamen naar boven.

Een gemeenschappelijke beerput in de Sint-Jacobsstraat

Nog een uitzonderlijke vondst in glas lag in de Sint-Jacobsstraat, ter hoogte van nr. 3. Het gaat om een volledige maigelein (glazen beker) en een bodemfragment, eveneens van een maigelein. De glazen beker is afkomstig uit één van de aangetroffen beerputten bij de opgraving. Het gaat om een halfronde beerkelder, aangebouwd tegen de Harpestraat.

Uit de vaststellingen blijkt dat we hier te maken hebben met een gemeenschappelijke beerput, gebruikt door verschillende bewoners van het straatje. Nog opmerkelijk: de beerput was grotendeels geruimd. De bovenste vullingen bestonden immers uit puinlagen uit de 17e en 18e eeuw. Daaronder was nog een beerpakket bewaard. Op basis van het aangetroffen vondstmateriaal dateren we die tussen de 15e en 17e eeuw.

Maigelein

Een maigelein is een lage, glazen drinkbeker met opgebolde bodem. Het aangetroffen exemplaar is vervaardigd in woudglas en voorzien van een kruisribbelversiering. Datering situeren we in de 15e eeuw. De beker is gebroken in twee stukken, maar de stukken passen aan elkaar. Het gaat dus om een volledig exemplaar.

Dit soort beker wordt in een mal geblazen. Daarna wordt hij om zijn as gedraaid. Zo krijgt het eindresultaat een diagonaal ribbelpatroon. Wil je echter een gekruist ribbelpatroon, dan moest je het proces herhalen. Weliswaar in de andere draairichting. Het aangetroffen exemplaar heeft een enkele ribbelversiering. Die start op ca. 1 cm onder de bovenrand en zet zich door tot net boven de bodem. De beker heeft een ietwat groenige kleur, wat typisch is voor woudglas.

Deze bekersoort was héél populair, zowel bij de rijken als bij de minder gegoede burgerij.

Ook het stukje van de tweede maigelein uit de beerput is een exemplaar uit woudglas. Ondanks het kleine fragment merken we opnieuw de hoog opgebolde bodem op. Ook die wand was met een reliëf versierd.

Objectnummer: IEPSIN2014-00159.01
Objectnummer: IEPSIN2014-00159.01

Waar & wanneer kwam de maigelein voor?

Deze glazen bekers vinden we in een groot deel van West-Europa terug. Bovendien werden ze ook op heel wat plaatsen vervaardigd. De glasbedrijven bevonden zich voornamelijk in bosrijke gebieden in Europa, vooral in Duitsland. Maar ook in de zuidelijke Nederlanden situeerden zich zo'n glasbedrijven.

De eerst maigeleinen dateren vanaf het einde van de 14e eeuw. Archeologische en iconografische bronnen tonen echter pas duidelijke bewijzen vanaf de eerste helft van de 15e eeuw. Tegen de tweede helft van de 16e eeuw waren dergelijke bekers al opnieuw verdwenen.

In Vlaanderen werden al maigeleinen aangetroffen in Antwerpen, Brugge, Mechelen en Raversijde.